Project omschrijving

Hoe goed ken jij Zwarte Piet?

Als iedereen zich toch eens – al is het maar een heel klein beetje – in de werkelijke oorsprong van Zwarte Piet verdiepte, zou dat een hoop discussies schelen. Alle commotie is nergens voor nodig, wanneer iedereen begrijpt dat symbolen uit verschillende culturen meer met elkaar gemeen hebben dan op het eerste gezicht lijkt.

Het symbool Zwarte Piet, want dat is het, staat niet op zichzelf. In verschillende culturen kent men een soortgelijk ‘gekleurd’ personage die de rol van joker, plaaggeest of boeman speelt: Hadji Firoez (Iran), Schmutzli (Zwitserland), Hans Trapp en Pelznickel (ranselende Nicolaas, Duitsland), Belsnickel (Pennsylvania, V.S.) en Père Fouettard (de zweepvader, Frankrijk). Van oorsprong hebben deze lieden uiteraard niets met racisme te maken.

De duistere (lees: donkergekleurde) figuren duiken allemaal tegen het einde van het jaar op, want vroeger associeerde men de donkere tijd rond de winterzonnewende met de verschijning van kwaadaardige goden en hun hulpjes, de demonen uit de onderwereld, het dodenrijk. Deze periode werd bij de Germanen bijvoorbeeld verpersoonlijkt als Perchta, de godin van het midwinterlicht. Ook zij had duivelse knechten: Krampus (Alpengebied) en Knecht Ruprecht (Duitsland). Ze zagen eruit als donkere, hoorndragende wezens en hadden een lange tong.

Een van de redenen dat deze donkergekleurde plaaggeesten het vooral op stoute kinderen gemunt hebben, is de associatie met de Griekse god Saturnus, die zijn kinderen opat uit angst dat ze hem van de troon zouden stoten. Saturnus (Vadertje Tijd/Magere Hein/Odin/Wodan/Sinterklaas/Koning Winter/enzovoort) is heerser van het sterrenbeeld Steenbok dat op 21 december begint. Steenbokken hebben hoorns en een lange tong. Wanneer je iemand tot zondebok (lees: Steenbok) maakt, gebruik je de uitdrukking iemand de zwartepiet toespelen. De verliezer, de ‘zondaar’, heeft iets negatiefs gedaan, en dit leidde tot de uitdrukking iemand zwartmaken (kwaadspreken over iemand). Vroeger veegden zondaars as op het gezicht als uiting van boetedoening en om anderen te laten zien dat ze zich gingen bezinnen over hun daden: berouw tonen. En de kleur van rouw en inkeer is zwart. Dit ritueel wordt in de Rooms-Katholieke Kerk nog steeds uitgevoerd op Aswoensdag, het begin van de vastenperiode, oftewel: de boetetijd. Terwijl de priester het askruisje op het voorhoofd van de gelovige zet, zegt hij: “gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren.” Met dat wederkeren na de winterzonnewende zit het wel goed.

We hebben het hier over het punt waarop de Zon van zijn dalende beweging aan de hemel dagelijks weer hoger komt te staan, wat weer uiteindelijke leidt tot de omwenteling van zwart naar wit, van de twee ‘negatieve’ maanden (herfst en winter) naar de twee ‘positieve’ maanden (lente en zomer). Let op: met het woord negatief bedoel ik niets anders dan de tegengestelde, gelijkwaardige en aanvullende tegenpool van het woord positief! Het is de tweede helft van de cirkel die nodig is om de cirkel een cirkel te laten zijn.

Of er nog meer over te vertellen valt? Zeker! Andere symbolen en uitingsvormen zoals de roe van Zwarte Piet, de kaartspellen zwartepieten en eenentwintigen (Black Jack), Pakjesboot 12 en het speelgoed duiveltje-uit-een-doosje zijn allemaal naar dezelfde oorsprong te herleiden. Want is het je ooit opgevallen dat de kleding van Zwarte Piet precies op die van de schoppenboer lijkt? En die witte plooikraag en de pluimveer zijn niet alleen decoratief bedoeld, ze hebben ook een spirituele betekenis. En wat dacht je trouwens van de namen van de laatste maanden van het jaar, die allen op -ember eindigen dat ‘gloeiende as/houtskool’ betekent..?