Project omschrijving

© Illustraties: Walt Disney

De symboliek van Sneeuwwitje: een innerlijke reis door duisternis, licht en liefde

We kennen haar allemaal, de jonge vrouw met een huid zo wit als sneeuw, het haar zo zwart als ebbenhout en lippen rood als bloed. In onze kindertijd werd ze ons voorgeschoteld als sprookjesprinses, een onschuldig meisje dat viel voor een vergiftigde appel en werd gered door de kus van een prins. Voor het geval je de details niet meer weet, lees je hier het hele sprookje.

Het is een mooi verhaal, dachten we. Een sprookje. Maar wat als dit sprookje meer is dan een verhaaltje voor het slapengaan? Wat als het een oude allegorie is, een routekaart die – zonder dat we het wisten – de blauwdruk van onze eigen innerlijke reis blootlegt? De reis van de ziel, door donker en licht, op weg naar eenwording en liefde. Een verhaal over de alchemie van het mens-zijn, over vallen en opstaan, sterven en herrijzen, en de moed die het vraagt om jezelf werkelijk onder ogen te komen. Laten we afdalen. Niet in de mijnen, maar in de diepere lagen van dit verhaal.

De kleuren van alchemistische transformatie

Al bij haar eerste verschijning verklapt Sneeuwwitje waar dit verhaal werkelijk over gaat. Niet alleen door wát ze is, maar vooral door hóe ze eruitziet. Zwart, wit en rood: de drie kleuren die sinds oudsher symbool staan voor de drie grote fasen van de alchemistische transformatie. Deze kleuren zijn niet toevallig ook verbonden met de drie archetypen van de grote Godin: het wit van de maagd (onschuld, puurheid), het rood van de moeder (menstruatie, rijpheid) en het zwart van de oude, onvruchtbare vrouw (dood, loslaten). Maar ik beschrijf hieronder het sprookje als de reis van de alchemist.

Nigredo – het zwart van het haar

De fase van verval. Van afbraak en duisternis. De noodzakelijke afdaling in het onbekende. In het verhaal wordt deze fase zichtbaar als Sneeuwwitje door het donkere bos dwaalt, verlaten, opgejaagd, de wanhoop nabij. Dit is de nacht van de ziel (‘Dark night of the Soul’), waarin we alles verliezen waarvan we dachten dat we het waren. De jager die haar het bos inleidde, is de initiator, beproever of mentor, die de weg naar spiritueel ontwaken opent.

Albedo – de witte huid

De zuivering, het reinigingproces waarin de oude lagen langzaam van ons afvallen. Sneeuwwitje, die het huis van de dwergen schoonmaakt, doet veel meer dan het vegen van stof. Het is haar ziel die (energetisch) wordt gezuiverd. Al het oude, alle ballast van het verleden wordt afgestoft en weggespoeld, zodat het licht weer binnen kan vallen.

Rubedo – de rode lippen

De voltooiing van het werk. De hereniging van alle tegenstellingen. De geboorte van het goud. Haar rode lippen zijn geen toevallige versiering, maar het symbool van de ultieme versmelting – die van het mannelijke en het vrouwelijke, het aardse en het goddelijke. Rood is de kleur van de moeder, menstruatie, vruchtbaarheid en moederschap. Niet voor niets eindigt het verhaal met een huwelijk, de symbolische integratie van het mannelijke en vrouwelijke, de vruchtbare kracht van de Godin.

De zeven dwergen in de mijn van het onderbewuste

En dan zijn daar de dwergen. Zeven kleine mannen, gravend in de aarde, zoekend naar erts en edelstenen. Op het eerste gezicht komisch, schattig misschien. Maar wie goed kijkt, ziet iets anders. Ze zijn met hun lantaarns niet alleen op zoek naar de zeven metalen (lood, tin, ijzer, koper, kwik, zilver, goud). De dwergen zijn de belichaming van de zeven chakra’s (onze innerlijke energiecentra). En hun mijn? Dat is ons onderbewuste. Die diepe plek in onszelf waar de schatten liggen begraven die wachten om opgedolven te worden. Elk van de dwergen vertegenwoordigt een chakra en de innerlijke thema’s die wij mogen doorleven.

In het oorspronkelijke sprookje van de gebroeders Grimm (1812) hadden de zeven dwergen géén namen. Ze werden simpelweg ‘de zeven dwergen’ genoemd. Het sprookje focuste vooral op hun rol als archetypen en helpers, niet op hun individuele karakters. Er bestaat ook een hardnekkige mythe of een esoterische interpretatie waarin de zeven dwergen oorspronkelijk de namen van de weekdagen zouden hebben gehad, of dat ze daar symbool voor stonden. Maar historisch klopt dit niet met het oorspronkelijke verhaal. De Engelse namen waaronder ze tegenwoordig bekend staan (Sleepy, Bashful, Grumpy, Dopey, Sneezy, Doc en Happy) komen uit de Disney-versie van 1937 en verwijzen subtiel naar de chakra-thema’s. De kenmerken en welke edelsteen en metaalsoort ermee geassocieerd worden, zijn als volgt (van onder naar boven):

De boze koningin

Geen enkel sprookje zonder schaduw. En geen enkele ziel die groeit zonder te worden achtervolgd door wat ze liever niet wil zien. In Sneeuwwitje verschijnt die schaduw in de gedaante van de boze koningin, haar stiefmoeder. Zij is beeldschoon, maar meedogenloos in haar behoefte om de mooiste te zijn (ego en illusie). De boze koningin is het archetype van de schaduwzijde van het vrouwelijke (de zogenaamde Lilith-energie). De toverspiegel is haar orakel én haar vloek, want zolang ze zichzelf slechts in de ander herkent, blijft ze gevangen in de race om het beste, het mooiste, het meeste te zijn. En dan – wanneer de spiegel haar vertelt dat Sneeuwwitje mooier is geworden dan zij – slaat de jaloezie om in haat en zelfs moordlust. De koningin verandert van uiterlijk/vorm, zoals onze eigen schaduw dat ook doet wanneer we haar proberen te ontlopen. Ze keert drie keer terug, en elke keer is haar aanval geraffineerder, giftiger. Drie keer. Niet zomaar. Drie is het getal van de inwijding, van de alchemistische transformatie. Elke aanval snijdt dieper door de lagen van ons zijn.

Eerste aanval: het korset dat de adem beneemt

De koningin komt als een vriendelijke marktkoopvrouw, met glanzende linten en een prachtig nieuw korset. Sneeuwwitje laat zich strikken, letterlijk en figuurlijk. Het korset wordt aangehaald tot haar adem stokt. Hier raakt de koningin Sneeuwwitje in haar wortelchakra – de basis van het leven, waar de adem begint, waar we kiezen om ‘ja’ te zeggen tegen het leven. Het snoeren van de adem is het snoeren van de levensenergie zelf. Het is de greep van het ego dat ons klein en beheersbaar wil houden. Pas wanneer de dwergen thuiskomen en het korset lossnijden, keert de adem terug. Maar de schaduw is nog niet klaar.

Tweede aanval: de vergiftigde kam die het hoofd binnendringt

De volgende dag is de koningin terug, deze keer vermomd als een oude vrouw met een prachtige kam. Een geschenk voor haar mooie haren, zegt ze. Sneeuwwitje is nog niet wijzer geworden van de vorige val: ze laat de kam zonder aarzeling in haar haren glijden. Maar deze kam is vergiftigd. En waar de kam door de hoofdhuid gaat, raakt hij het derde oog – de zetel van inzicht en helderheid. Wat hier wordt vergiftigd, is het denken, de intuïtie. De koningin weet precies waar ze moet zijn: bij het hoofd, waar onze gedachten soms ons grootste gif worden. Sneeuwwitje zakt in elkaar. Pas wanneer de dwergen haar vinden en de kam uit haar haar trekken, wordt het gif gebroken. Maar het kwaad heeft geproefd van haar kwetsbaarheid. En ze weet; nog één keer, dan is het voorbij.

Derde aanval: de appel en de dood van het ego

De derde aanval is de voltreffer: een appel, half wit en half bloedrood — leven en dood in één hand. Dit symbool van aardse verleidingen en ego-illusies blokkeert de stroom van levensenergie, net zoals de verboden vrucht Adam en Eva uit het paradijs verdreef. Ook nu is de verleiding te groot: het kind in Sneeuwwitje hapt toe, precies in het rode deel — de kant van verlangen, passie en het aardse. En daar, in dat bijten, sterft ze. Niet alleen lichamelijk, maar dieper nog: haar ego, haar oude ik, valt stil. Het doet denken aan Adam, die na zijn hap in de appel de zonde in zijn keel voelde blijven steken — de oorsprong van de ‘Adamsappel’ en de uitdrukking ‘een brok in je keel hebben’. De keel, plek van ingeslikte woorden en onverwerkte emoties, wordt zo het symbool van wat niet langer stroomt. Want wat blijft steken, blokkeert de levensenergie, tot er niets anders op zit dan te slikken en los te laten. Hoe pijnlijk ook.


De glazen kist: de stilte waarin het nieuwe geboren wordt

Deze (schijn)dood is noodzakelijk. Zoals in elke alchemistische transformatie moet het oude eerst sterven. De glazen kist waarin ze ligt, is als de alchemistische retort – het vat van stilstand en overgave waarin de ziel zuivert, loslaat en wacht. Niets hoeft en niets kan. Alles lijkt stil, maar onder het oppervlak transformeert het hele wezen. Vergelijk het met de rups die zich in zijn cocon opsluit.

De doorbraak: het ontwaken van de kundalini door de prins

Vervolgens passeert een prins op doorreis, die op slag verliefd wordt op Sneeuwwitje. Hij smeekt de dwergen haar mee te mogen nemen en de dwergen stemmen toe. Tijdens het dragen van Sneeuwwitje struikelen de dienaren van de prins over een boomstronk of boomwortel – een krachtig symbool voor de wervelkolom. Door die schok schiet het appelstuk los. Precies op het moment dat de blokkade in haar keel wordt opgeheven, kan de kundalini weer stromen. De levensenergie raast omhoog door het centrale kanaal van de ruggengraat (de Sushumna-nadi), langs alle chakra’s, tot aan de kruin.

De prins is geen redder van buitenaf. Hij is het mannelijke principe (Divine masculine) in onszelf dat ontwaakt – het bewustzijn dat de slapende ziel wekt. Zijn kus markeert het eerste moment van pure liefde en integratie, waarin het mannelijke en vrouwelijke, denken en voelen, lichaam en ziel elkaar vinden. Dit is de eerste fase van de ‘heilige bruiloft’ (hieros gamos, of alchemical wedding): het ontwaken van de eenheid in onszelf. De kus staat symbool voor het moment waarop de kundalini-energie weer gaat stromen – wanneer het denken het voelen ontmoet en de levensenergie tot leven komt. Maar dit is slechts het begin. De ware transformatie voltrekt zich pas volledig als deze nieuwe staat van zijn beklijft en verankert in het Zelf. Zoals de alchemist het lood tot goud verheft, herrijst Sneeuwwitje niet als het meisje dat ze was, maar als een geheelde, complete ziel. Pas in die totale overgave – waarin zelfs de wil om te leven wordt losgelaten – wordt de alchemistische transformatie ingezet.

Het kasteel: de poort naar huis

De reis eindigt bij het kasteel, en dat is de plek waar de ‘heilige bruiloft’ wordt voltooid. Het kasteel is meer dan een romantische bestemming: het is het ultieme symbool van het kruinchakra, de kroon op de spirituele reis. Hier wordt de eenwording van het mannelijke en vrouwelijke, het aardse en goddelijke, definitief bekrachtigd en verankerd. Waar de kus het ontwaken van de innerlijke polariteiten symboliseerde, vertegenwoordigt het kasteel de volledige realisatie en integratie van deze krachten. De twee zijn nu niet alleen even aangeraakt, maar samengesmolten in een nieuwe, geheelde staat van zijn. Het kasteel is de poort naar huis, naar de plek waar we thuiskomen in ons Zelf – volledig, één, en verlicht.

Om het geluk te bestendigen, moet echter wel de laatste schaduw van aardse verleiding verdwijnen. Tijdens het huwelijksfeest wordt de boze koningin uitgenodigd — nietsvermoedend dat haar lot daar bezegeld wordt. Nog eenmaal raadpleegt ze haar toverspiegel, maar de waarheid is onontkoombaar: de jonge koningin is nu de mooiste, stralend van innerlijke kracht. Verlamd door angst betreedt ze de zaal, waar gloeiendhete ijzeren schoenen al op haar wachten. Gedwongen tot een dodelijke dans brandt ze weg. Zo vergaat het ego, verteerd door de hitte, en is de weg helemaal vrij voor een nieuw begin.

Jouw reis door het sprookje

Sneeuwwitje is geen sprookje om te vergeten zodra het boek dichtvalt. Het leeft in jou en in mij. In ieder van ons die ooit in de spiegel durft te kijken. Elke val, elke emotie, elke beproeving die we doormaken, is een stap op onze eigen alchemistische reis. Durf jij te kijken naar je eigen appel? Durf jij je schaduw aan te zien? Weet dan: diep in jou graven de dwergen nog altijd. Ze hakken en zoeken. Niet naar goud, maar naar jou, wie jij echt bent!

Met dank aan Anne-Marie Wegh, Kelly-Marie Kerr en Abe de Verteller.